Pilot for Vocational Training

PiVoT staat voor Pilot for Vocational Training: proefproject voor beroepsopleiding. In het PiVoT project wordt een school voor lager beroepsonderwijs in plattelandsgebieden gerealiseerd.

Lager beroepsonderwijs heeft in Zambia nog weinig aandacht gekregen. Het accent binnen het onderwijs heeft tot nu toe gelegen op het basis onderwijs dat breed toegankelijk is, het middelbaar onderwijs met daarin vooral een focus op het kleine deel dat doorstroomt naar het hoger onderwijs en de Universiteiten en Colleges als invulling van dit hoger onderwijs. De schoolverlaters na de lagere en middelbare school - zij die niet doorgaan naar de volgende trede in de piramide - hebben nauwelijks aandacht gekregen. Er zijn weliswaar diverse particuliere initiatieven - met name in de stedelijke gebieden - maar die staan in geen verhouding tot de behoefte.

Binnen het project is er voor gekozen met name aandacht te geven aan het lager beroepsonderwijs binnen plattelandsgebieden. De achtergrond van deze keuze is dat lager beroepsonderwijs van groot belang is voor de economische ontwikkeling van het platteland.

Het project is afgestemd met Teveta, de landelijke organisatie die zorg draagt voor curriculum ontwikkeling en accreditatie van het beroepsonderwijs, en met de verschillende ministeries.

Is een verdere economische ontwikkeling van het platteland wenselijk?

De zou je kunnen afvragen of de economische vooruitgang van het platteland een wenselijke ontwikkeling is. Wat is er mis met een economische structuur waarin ieder produceert voor eigen consumptie, behuizing gemaakt wordt van plaatselijk vindbare materialen en er verder nauwelijks sprake is van een geldeconomie? Het nadeel van deze traditionele plattelandseconomie is dat zij de vorming van ´buffers´, die nodig zijn om de onvermijdelijke magere jaren door te komen, niet mogelijk maakt. Periodieke hongersnood en verhoogde sterfte is – zonder externe hulp – dan ook onvermijdelijk in de traditionele plattelandseconomie. Voor het opvangen van de fluctuaties in de agrarische productiviteit is de geld economie een noodzaak. Dit alles nog afgezien van andere problemen die met het traditionele platteland samenhangen zoals de trek naar de stad en de grote cultuurverschillen ten opzichte van de geïndustrialiseerde gebieden.
 
Analyses van de al dan niet gewenste economische ontwikkeling van het platteland vergen uiteraard meer woorden dan in bovenstaande alinea gebruikt zijn. In ieder geval kan echter gesteld worden dat, ervan uitgaande dat een geleidelijke economische ontwikkeling van het platteland wenselijk is, een op de lokale situatie afgestemd beroeps onderwijs hieraan een belangrijke impuls kan geven.

Waarom juist daar?

Rond 2001 is de Stichting Joy of a Toy ( www.joyofatoy.nl) in Chinsali District gestart met een lagere school, vlak bij de plek waar zij eerder al een weeshuis had opgezet. De lagere school in Zambia duurt negen jaar en de eerste groep komt daarom aan het einde van 2010 van school. Het Zambiaanse schoolsysteem is zo dat na de lagere school (de Primary School) op basis van examenresultaten een  deel van de leerlingen door gaat naar de – theoretisch georiënteerde – middelbare school (de Secondary School). Na de laatste klas van de Primary School is er dus een groot aantal leerlingen dat het schoolsysteem verlaat. Zij hebben geen beroep geleerd en voor hen is er – behoudens enkele particuliere initiatieven – geen vervolgonderwijs beschikbaar. Om redenen die zich laten raden is met name in plattelandsgebieden de groep die doorstroomt naar vervolgonderwijs zeer klein. De overheid is zich bewust van deze tekortkoming in het onderwijssysteem maar het ontwikkelen en implementeren van een structuur voor lager beroepsonderwijs zal nog lange tijd duren. Door de grote aantallen is er immers veel geld mee gemoeid.

Hoe ziet die lokale situatie eruit in gebieden als Chinsali District? Opvallend is de toenemende behoefte om in een – met van elders betrokken materialen gebouwd – huis te wonen in plaats van de traditionele – met lokale materialen gebouwde – hut. Parallel hieraan loopt de geleidelijke komst van elektriciteit en waterleiding. Ook in de landbouw zie je veranderingen. Op veel plaatsen en om diverse redenen is er een noodzaak tot diversificatie en verbreding van het lokale aanbod.

Het PiVoT project realiseerde in Kalwala Village - ongeveer 10 km van Chinsali - in eerste instantie een school voor lager beroepsonderwijs met opleidingen voor metselaar, elektricien, loodgieter en dergelijke. Inmiddels is daar een reguliere middelbare school aan toegevoegd en zijn beide samengevoegd. De school is in 2014 overgedragen aan het Ministerie van Onderwijs en een jaar later officieel erkend als middelbare school

Geïntegreerd middelbaar onderwijs.

Het project heeft naast het primaire doel - het opzetten van de school zelf - een afgeleid doel gehad: het leveren van bijdragen aan de discussie die op dit moment in Zambia gevoerd wordt rond de inrichting van het onderwijs en die een raamwerk moet opleveren waarin ook de component (lager en middelbaar) beroepsonderwijs is ingevuld. Lastig hierbij is dat het platteland dun bevolkt is maar dat desondanks gestreefd moet worden naar beroepsonderwijs 'binnen loopafstand', zodat de binding met de regio bewaard blijft. Dat betekent dat scholen relatief klein zijn, wat op gespannen voet staat met aspecten die gebaat zijn bij schaalgrootte zoals de diversiteit aan opleidingen, de beschikbaarheid van practicum voorzieningen en dergelijke.

Inmiddels is een belangrijke stap gezet in de inbedding van het beroepsonderwijs in de onderwijsstructuur. Beroeps en academisch middelbaar onderwijs zijn geïntegreerd in de nieuwe secondary school. Doordat in Kalwala beide reeds aanwezig waren en sterke samenwerkingsbanden hadden was Kalwala Secondary School één van de eerste scholen waarin de nieuwe structuur gerealiseerd werd.

Het vervolg.

De overdracht van de school aan het ministerie leek een goed moment om het project af te sluiten. Maar, zoals het ook met kinderen gaat die volwassen worden, continuering van de band met de Stichting bleef gewenst. Een belangrijk nieuw probleem - naast de permanente groei van de school - was het gegeven dat een aantal leerlingen van zodanig ver kwam dat zij niet dagelijks de afstand van en naar school konden lopen. In samenspraak met de school is ervoor gekozen om zowel voor de meisjes als voor de jongens een slaapzaal en sanitaire voorzieningen te realiseren. Op die manier hoeven de studenten die van ver komen niet langer zelf een slaapplaats te zoeken en wordt er door het toezicht dat er bij de slaapzalen is een bijdrage geleverd aan hun vorming.

Tot slot wil de school een bijdrage leveren aan het stimuleren van een goed voedingspatroon. Daarom is een eetzaal gebouwd en is door de school een tuin aangelegd.