PiVoT staat voor Pilot for Vocational Training: proefproject voor beroepsopleiding. In het PiVoT project wordt een school voor lager beroepsonderwijs in plattelandsgebieden gerealiseerd met daarbij als een belangrijk aandachtspunt de kopieerbaarheid van het concept naar andere plaatsen.

Lager beroepsonderwijs heeft in Zambia nog weinig aandacht gekregen. Het accent binnen het onderwijs heeft tot nu toe gelegen op het basis onderwijs dat breed toegankelijk is, het middelbaar onderwijs met daarin vooral een focus op het kleine deel dat doorstroomt naar het hoger onderwijs en de Universiteiten en Colleges als invulling van dit hoger onderwijs. De uitstroom na de lagere en middelbare school - die in Nederland voor een belangrijk deel instroomt in het lager en middelbaar beroepsonderwijs - heeft nauwelijks aandacht gekregen. Er zijn weliswaar diverse particuliere initiatieven - met name in de stedelijke gebieden - maar die staan in geen verhouding tot de behoefte.

Binnen het project is er voor gekozen met name aandacht te geven aan het lager beroepsonderwijs binnen plattelandsgebieden. De achtergrond van deze keuze is dat lager beroepsonderwijs van groot belang voor de economische ontwikkeling van het platteland.

Je zou je kunnen afvragen of de economische vooruitgang van het platteland een wenselijke ontwikkeling is. Wat is er mis met een economische structuur waarin ieder produceert voor eigen consumptie, behuizing gemaakt wordt van plaatselijk vindbare materialen en er verder nauwelijks sprake is van een geldeconomie? Het nadeel van deze traditionele plattelandseconomie is dat zij de vorming van ´buffers´, die nodig zijn om de onvermijdelijke magere jaren door te komen, niet mogelijk maakt. Periodieke hongersnood en verhoogde sterfte is – zonder externe hulp – dan ook onvermijdelijk in de traditionele plattelandseconomie. Voor het opvangen van de fluctuaties in de agrarische productiviteit is de geld economie een noodzaak. Dit alles nog afgezien van andere problemen die met het traditionele platteland samenhangen zoals de trek naar de stad en de grote cultuurverschillen ten opzichte van de geïndustrialiseerde gebieden.
 
Analyses van de al dan niet gewenste economische ontwikkeling van het platteland vergen uiteraard meer woorden dan in bovenstaande alinea gebruikt zijn. In ieder geval kan echter gesteld worden dat, ervan uitgaande dat een geleidelijke economische ontwikkeling van het platteland wenselijk is, een op de lokale situatie afgestemd beroeps onderwijs hieraan een belangrijke impuls kan geven. 
 
Tot slot heeft het project als uitgangspunt de kopieerbaarheid van het concept naar andere plaatsen. Mede om die reden is ervoor gekozen de opleiding te koppelen aan een lagere school.