In 2012 is door het Curriculum Development Centre het nieuwe curriculum framework opgesteld voor het lager en middelbaar onderwijs in Zambia. Dit gebeurde onder verantwoordelijkheid van het Ministry of Education, Science, Vocational Training and Early Education. Dit en komende jaren zal de nieuwe structuur geïmplementeerd worden. We bespreken hier de belangrijkste veranderingen en hun implicaties voor de scholen in Kalwala.

Structuur

Het Zambiaanse onderwijs model kent 12 'grades'. In de 'oude' structuur bestond de Basic School uit grade 1 tot en met 9 (waarvan grade 8 en 9 de Upper Basic School vormden; deze was toegankelijk voor hen die het grade 7 examen met voldoende resultaat hadden afgelegd); Grade 10 tot en met 12 vormden de High School. Het is met name de Upper Basic School die een andere positie en invulling krijgt. We zullen op beide ingaan.

Om de overgang naar de nieuwe structuur herkenbaar te maken zijn nieuwe namen voor de verschillende schooltypen ingevoerd. De lagere school krijgt voortaan de aanduiding Primary School. Deze omvat grade 1 tot en met 7. De Primary School wordt afgesloten met een examen.

Na de Primary School gaan in principe alle leerlingen naar de Secondary School. Deze duurt 5 jaar en bestaat uit twee delen, ieder afgesloten met een examen: de Junior Secondary School (grade 8 en 9) en de Senior Secondary School (grade 10, 11 en 12).

Beroepsonderwijs

De belangrijkste verandering ten aanzien van de inhoud van het onderwijs is de invoering van het beroepsonderwijs binnen de reguliere Secondary School. Tot nu toe was het beroepsonderwijs tamelijk versnipperd ingevuld. Zonder de waarheid geweld aan te doen kan gesteld worden dat het beroepsonderwijs tot heden gekarakteriseerd kan worden als 'het ondergeschoven kindje'. Historisch hadden zich verschillende craft en skill schools ontwikkeld vanuit diverse ideologieën, variërend in niveau en toegankelijkheid en ressorterend onder verschillende ministeries. Weliswaar was met het opzetten van Teveta als toezichthouder een eerste stap gezet in de richting van harmonisering en landelijke diplomering, maar van een middelbaar beroepsonderwijs 'poot' gelijkwaardig aan het academisch middelbaar onderwijs was nog geenszins sprake. Dit wordt met het huidige curriculum framework wel beoogd: na de primary school gaan de leerlingen naar de Secondary School die twee gelijkwaardige 'streams' kent, de beroepsgerichte opleiding en de academische opleiding ter voorbereiding op het tertiaire onderwijs.

In principe biedt elke middelbare school beide streams aan op zowel junior als senior niveau, zij het dat niet iedere school alle varianten in huis zal hebben. Het spanningsveld tussen de schaalgrootte en de diversiteit in het aanbod dient zich hier natuurlijk direct aan.

De scholen in Kalwala

De vernieuwing zoals beschreven in het framework is volledig in lijn met de doelstellingen welke zijn opgenomen in het beleidsplan van Kalwala Trades School (tegenwoordig Kalwala School for Continuing Education). Een voldoende aanbod aan beroepsonderwijs met een zekere mate van integratie met het (academisch) middelbaar onderwijs vergroot niet alleen de toegankelijkheid en status van het beroepsonderwijs, het vergroot ook de wederzijdse synergie en daardoor de kwaliteit en betaalbaarheid van beide school typen.

Een en ander betekent dat beide scholen verder kunnen gaan in de ingeslagen weg: samenwerking zal worden geïntensiveerd en daar waar mogelijk zullen schaalvoordelen worden benut.

Naast de aandacht voor het beroepsonderwijs wordt in het framework document gewezen op het belang van training in ondernemerschap (entrepreneurship). Ook hier loopt het beleidsplan en het framework parallel en zullen de in het beleidsplan opgenomen plannen in de komende jaren verder worden uitgewerkt en ingevuld.

Het Ministerie van Onderwijs heeft bij monde van de Provincial Education Officer aangegeven het concept van de scholen in Kalwala en hun onderlinge samenwerking toe te juichen. Aangegeven werd dat Kalwala in die zin een voorbeeldfunctie kan gaan vervullen.

Onnodig te beklemtonen dat de Stichting bijzonder blij is met de in gang gezette ontwikkelingen. Evenals anderen onderkent zij dat de overgang een majeure operatie is die veel tijd en energie zal kosten. De Stichting zal hierin graag haar bijdrage leveren.